FR | NL
Home | Over Vax Info | Links | Contacteer ons

Veiligheid vaccinsprint

Anafylaxie na vaccinatie : uiterst zeldzaam

gepubliceerd op donderdag 26 april 2012

Anafylaxie is een ernstige, veralgemeende of systemische overgevoeligheidsreactie of shock die levensbedreigend kan zijn. Een anafylaxie na vaccinatie komt uiterst zelden voor.

Omdat anafylaxie zo zeldzaam is, is de incidentie onmogelijk te bepalen in de klinische proeven die de commercialisering van een vaccin voorafgaan. Het melden van gevallen van anafylaxie is dan ook een belangrijk onderdeel van de surveillance na registratie van een vaccin.

Tal van allergenen in het vaccin kunnen aan de basis liggen van een anafylaxie. Dat geldt ook voor de verschillende componenten die het vaccin bevat: de reactie kan veroorzaakt worden door een adjuvans, een excipiëns (zoals gelatine, neomycine, eialbumine), zelfs het latex van de flacon.
Er bestaan geen specifieke tests om een dergelijke reactie te voorspellen. De diagnose gebeurt op basis van de kliniek.

Een recente Britse studie [1] heeft de incidentie en de aard van postvaccinale anafylaxie in kaart gebracht aan de hand van een actieve prospectieve surveillancestudie.

Methode

In het Verenigd Koninkrijk en Ierland worden alle verdachte gevallen van postvaccinale anafylaxie gemeld aan de British Paediatric Surveillance Unit (BPSU). Zij maken maandelijks een verslag op van alle zeldzame bijwerkingen.

De studie analyseerde die rapporten over een periode van 13 maanden (van september 2008 tot september 2009). In het Verenigd Koninkrijk namen 93,2% van de pediaters deel aan de rapportage, in Ierland 91,8%.

Voor alle gemelde gevallen werd online een case-beschrijving ingevuld (klinische verschijnselen, diagnose, behandeling en gevolgen).

Resultaten

In totaal werden 15 gevallen gemeld, waarvan 7 beantwoordden aan de Brighton Collaboration Case Definition (BCCD) criteria van anafylaxie.
Alle gevallen vertoonden een huidreactie (van het type allergische rash) samen met diverse systemische verschijnselen. Dat maakt een andere diagnose, zoals een paniekreactie of een syncope weinig waarschijnlijk.

  • Eén kind had voordien al een dosis van hetzelfde vaccin gekregen zonder enige reactie. Voor de andere kinderen ging het om een eerste dosis. Twee kinderen kregen meerdere vaccins toegediend tijdens dezelfde consultatie.
  • Met uitzondering van één geval, ging het om vaccins die niet tot de basisvaccins behoren die in België worden aanbevolen voor kinderen jonger dan 15 maanden.
  • De symptomen traden in 3 gevallen op binnen de 15 minuten. Bij vier gevallen begonnen de symptomen 30 minuten of meer na de vaccinatie, in 1 geval zelfs na 120 minuten. Die laatste gevallen zijn wellicht niet IgE-geassocieerde reacties.
  • Zes kinderen werden behandeld met intramusculair adrenaline, drie met een intraveneuse perfusie en één met salbutamol aerosol. Twee kregen corticoïden en vijf antihistaminica. Eén kind recupereerde zonder behandeling.
    Drie kinderen werden in het ziekenhuis opgenomen, maar geen enkel moest op een dienst intensieve zorgen worden opgenomen.
    Alle kinderen herstelden zonder blijven- de letsels.
  • Van drie kinderen was bekend dat ze aan een bestaande atopische aandoening leden en een adrenaline auto-injector ter beschikking hadden omwille van een voedselallergie (één geval) of een ideopathische urticaria met anafylaxie (2 gevallen).

Bespreking

Deze studie toont aan dat postvaccinale anafylaxie uiterst zeldzaam is. Toch is het zeker aangewezen om een internationaal surveillancesysteem op te zetten gebaseerd op een gestandardiseerde methodologie en definitie.

  • De incidentie van anafylaxie in Groot-Brittannië wordt geschat op 8,4 per 100.000 inwoners, waarvan 3,6% worden toegeschreven aan vaccinatie (2,9 per miljoen inwoners) [2].
  • Een retrospectieve studie in de Verenigde Staten gebaseerd op ziekenhuisgegevens kwam tot 5 anafylaxie-gevallen op 7,5 miljoen vaccindosissen (incidentie 0,65 gevallen per miljoen dosissen) [3]. De US Vaccine Adverse Event Reporting System (VAERS; http://vaers.hhs.gov) registreerde 452 anafylactische gevallen op 1,9 miljard vaccindosissen over een periode van 10 jaar (geschatte incidentie : 0,2 per miljoen dosissen) [4].
  • Uit gegevens van Kind en Gezind blijkt dat de voorbije tien jaar geen enkel geval van anafylaxie na vaccinatie optrad bij primovaccinatie van kinderen jonger dat 15 maanden (op ongever 900.000 vaccinaties per jaar).

Deze studie brengt geen nieuwe gegevens aan over de veiligheid van vaccinatie na een anafylactische reactie.
Het is aangetoond dat veel kinderen na een anafylactische reactie veilig een nieuwe dosis van het verdachte vaccin kunnen ontvangen [5].

Routinematige toediening van eenzelfde vaccin na een anafylactische reactie is evenwel contra-geïndiceerd.
Kinderen kunnen wel gevaccineerd worden in een goed uitgeruste ziekenhuissetting waar adequaat kan opgetreden worden ingeval van een reactie.

Voor de praktijk

  • Aanbevolen wordt om kinderen na vaccinatie gedurende 15 minuten in observatie te houden.
    Het verdient aanbeveling om steeds adrenaline bij de hand te hebben.
  • Bij kinderen die eerder een ideopathische anafylactische reactie hebben gehad, is het aangeraden om deze observatieperiode te verlengen tot 60 minuten. Deze kinderen worden bij voorkeur in een ziekenhuissetting gevaccineerd waar onmiddellijk kan ingegrepen worden ingeval van een eventuele anafylaxie.
  • Bij een anafylactische shock moet onmiddellijk adrenaline IM geïnjecteerd worden in de anterolaterale zijde van de dijspier in een 1/1.000 oplossing. Over de aanbevolen dosis adrenaline 1/1000 bij kinderen bestaat in de literatuur grote eensgezindheid, met name 0,01 mg/kg lichaamsgewicht. De toediening van adrenaline mag in de behandeling van anafylaxie herhaald worden na 5 minuten als er geen klinische verbetering is.
    Een herhaalde kleine dosis is efficiënter en minder gevaarlijk dan één hoge dosis in één keer [6].
  • In zijn geactualiseerde advies raadt de Hoge Gezondheidsraad het gebruik van auto-injectoren in dit geval af. Auto-injectoren worden meestal voorgeschreven voor eigen gebruik door patiënten (vb. in geval van voedingsallergie). In de meeste landen zijn maar 2 dosissen (0,15 en 0,30 mg) van adrenaline in de vorm van auto-injector beschikbaar Dat maakt het moeilijk om met de auto-injector de gepaste dosis adrenaline toe te dienen aan kinderen die minder wegen dan 15 kg en aan zwaardere jongeren. De auto-injector is in de meeste landen voorzien van een te korte naald (129-148 mm) om bij jongeren een intramusculaire injectie te garanderen. De vaste dosis adrenaline, de korte naald en ook korte houdbaarheid maken auto-injectoren niet gebruiksvriendelijk in dit geval.
  • Het verdient aanbeveling om de klassieke oplossing van 1 mg/ml te gebruiken om dosisvergissingen te vermijden. Alleen Adrenaline (tartrate) Sterop® (ampul bevat 1 mg epinefrine in 1 ml) beantwoordt aan dit criterium. Deze specialiteit bevat metabisulfiet als bewaringsmiddel.
  • De dosis epinefrine (intramusculair) voor de behandeling van anafylaxie bedraagt 0,01 mg/kg lichaamsgewicht (0,01 ml/kg) tot maximum 0,5 mg.
    Dit stemt overeen met de volgende leeftijdsspecifieke doseringen :
    - Minder dan 1 jaar 0,05-0,1 ml
    - 1-2 jaar (ongeveer 10 kg) 0,1 ml
    - 2-3 jaar (ongeveer 15 kg) 0,15 ml
    - 4-6 jaar (ongeveer 20 kg) 0,2 ml
    - 7-10 jaar (ongeveer 30 kg) 0,3 ml
    - 11-12jaar(ongeveer40kg) 0,4ml
    - 13 jaar en ouder 0,4-0,5 ml

Belgische aanbevelingen

  • Momenteel legt de Hoge Gezondheidsraad de laatste hand aan een geactualiseerde versie van de aanbeveling betreffende de behandeling van anafylaxie.

[1Michel Erlewyn-Lajeunesse, Linda P Hunt, Paul T Heath, Adam Finn. Anaphylaxis as an adverse event following immunisation in the UK and Ireland. Arch Dis Child published online January 23, 2012 doi: 10.1136/archdi- schild-2011-301163

[2Peng MM, Jick H. A population-based study of the incidence, cause, and severity of anaphylaxis in the United Kingdom. Arch Intern Med 2004;164:317–19

[3Bohlke K, Davis RL, Marcy SM, et al. Risk of anaphylaxis after vaccination of children and adolescents. Pediatrics 2003;112:815– 20

[4Zhou W, Pool V, Iskander JK, et al. Surveillance for safety after immunization : Vaccine Adverse Event Reporting System (VAERS)–United States, 1991-2001. MMWR Surveill Summ 2003;52:1–24

[5Gold M, Goodwin H, Botham S, et al. Re-vaccination of 421 children with a past history of an adverse vaccine reaction in a special immunisation service. Arch Dis Child 2000;83:128–31.

[6G. Leroux-Roels. Vax Info. 1998 ; N° 20 : 3-4


Abonneer u op de nieuwsbrief